Introductie

LadyKiller vs Nomad

Mini-handleiding voor introducties

Hieronder een compacte handleiding voor het introduceren van onbekende ratten aan elkaar. Als eerste een paar “basisregels”:

  • Rittens hebben een leeftijdsgenootje nodig, met een maximum leeftijdsverschil van 2 a 3 maanden. Is het leeftijdsverschil groter dan 3 maanden, introduceer dan altijd 2 rittens van dezelfde leeftijd!
  • Zorg dat je rittens minimaal 150 a 200 gram wegen voor je ze aan volwassen ratten introduceerdm zodat ze zich goed kunnen weren. (Te) kleine rittens kunnen onbedoeld dodelijk verwond raken tijdens een introductie!
  • De te introduceren ratten moeten uiteraard van hetzelfde geslacht zijn, of gecastreerd zijn. Je wilt geen honderden rittens!
  1. Introduceer je ratjes aan elkaar op onbekend terrein, denk hierbij aan een badkuip o.i.d. waar je huidige groep nog niet eerder is geweest of wat grondig schoongemaakt is.
  2. Zet ze allemaal tegelijk in een lage kooi (zoals een Duna), met alleen bodembedekking, een flesje water en het voer uitgestrooid over de bodembedekking (ivm het kunnen claimen van de voerbak).
    Houd een pollepel oid bij de hand voor als er ruzie ontstaat, maar laat ze wél een beetje hun gang gaan. Het is niet erg als ze een beetje tegen elkaar staan op te boksen of elkaar op de rug leggen, zolang er maar geen ratten verwond worden. In zulke gevallen steek je liever een pollepel tussen je ratten dan je eigen vingers!
  3. Gaat dit allemaal goed en heb je een hoopje rat (oftewel: slapen ze allemaal op een hoop bij elkaar)? Houdt ze dan minimaal een nachtje zo. Als er strubbelingen ontstaan gebeurt dit meestal ‘s nachts, omdat ze dan het actiefst zijn.
  4. Zijn ze de nacht goed doorgekomen? Plaats dan nu een OPEN hangmat in de Duna/lage kooi, het is belangrijk dat ratten er uit kunnen ontsnappen als er ruzie ontstaat. Zet dus ook NOOIT een huisje neer met maar 1 opening in een introductiekooi.
  5. Gaat dit na een nachtje weer goed? Dan is het nu tijd voor een iets grotere kooi, bijvoorbeeld een kleine traliekooi.
  6. Zorg dat de nieuwe, iets grotere kooi helemaal leeg een schoon is en verhuis de VUILE bodembedekker in de nieuwe kooi (zo ruikt de kooi meteen naar hen allemaal). Verhuis ook de hangmat mee, mits dit goed gaat.
  7. Gaat het hier ook weer goed? Zet dan wat meer spullen in de kooi. Denk aan: nog meer OPEN hangmatten, circushuisje (heeft 3 openingen) ed. Als het niet goed gaat, doe dan een stap terug (verwijder bijvoorbeeld de hangmatten of laat ze toch nog wat langer in de Duna).
  8. Laat ze nog een dag of 2 in de kleinere kooi voordat ze naar de uiteindelijke grote kooi gaan.
  9. Verhuis weer alle vuile spullen mee naar de grote kooi, maar zorg er wel voor dat hij niet meteen te vol hangt. Begin eventueel weer met een compleet lege kooi. Naarmate hoe goed het gaat kun je meerdere dingen toevoegen.

©TammeRatten.nl – Lisa Adema